Op de boerderij

Het boerenleven krijgt de aandacht.
Het werk op de boerderij gaat ook over het werk op het land, in de schuur en rond de boerderij door de mannen.
Het werk in het huis en in de moestuin werd vooral door de vrouwen gedaan.
Na de oorlog heeft de mechanisatie haar intrede gedaan: boeren kregen tractors en andere landbouwmachines en de melk werd opgehaald! Het leven van de vrouwen speelde zich vooral af in huis en op het gedeelte van het erf en achter de boerderij: melken, vetmesten van kippen of kalkoenen en van het varken.

De slager kwam in het najaar aan huis om het vetgemeste varken te slachten.
Dat was een drukte van jewelste! Het vlees werd uitgebeend, gesneden in porties, worsten en bloedworst gemaakt, gehakt gedraaid en van de kop werd groost (kop of zure zult?) gedraaid. Het goede vlees werd gepekeld en bewaard in een daarvoor speciaal gemetselde bak onder de keldertrap of ingelegd in Keulse potten. Er werd ook vlees geweckt.
Zo was er heel de winter vlees bij de maaltijd.